Veiligheid door risicokwaliteiten

In het vorige artikel heb ik je verteld over kernkwaliteiten. Kernkwaliteiten zijn kwaliteiten die passen bij wie je werkelijk bent. Overigens, wanneer je het artikel van vorige maand niet gelezen hebt, kun je het natuurlijk alsnog doen.

Kernkwaliteiten in het kort
Het benutten van kernkwaliteiten of beter gezegd, het invulling kunnen geven aan wie je werkelijk bent, is afhankelijk van de wijze waarop jij je als mens ontwikkelt hebt. Is het mogelijk voor je geweest om tijdens je ontwikkeling dicht bij jezelf te blijven? (Dit doe je niet bewust!) Dan is de kans groot dat je makkelijk toegang hebt tot jouw werkelijke kwaliteiten. Toch komt het veel voor dat mensen tijdens hun ontwikkeling hun essentie hebben moeten verlaten. Na verloop van tijd kun je hierdoor het gevoel krijgen dat je niet doet wat je zou willen doen. Je bent niet de mens geworden die je had willen zijn. Er is sprake van een verstoorde balans tussen wie je bent en wat je doet. Er ontstaan loopbaanvragen, relatievragen, zingevingvragen of als de onbalans te lang aanhoudt, zelfs zaken als burn-out of depressie.

Wanneer jij jouw eigen essentie niet weet te leven, zul je hoogstwaarschijnlijk gedragsaanpassingen ontwikkelt hebben. Deze zien er aan de buitenkant uit als kwaliteiten. Je bent er bijzonder bedreven in geworden. Dit wordt in de meeste gevallen ook waargenomen door je omgeving en je wordt er waarschijnlijk om gewaardeerd.

Risicokwaliteiten.
Wanneer je jezelf aanpast omdat je omgeving dat van je verlangt, kan het zijn dat je een deel van jezelf moet verlaten. Bepaalde delen van jezelf moeten weggestopt worden. Je omgeving laat je duidelijk merken dat er geen prijs op gesteld wordt op bepaalde eigenschappen. Je leeft daarbij niet langer volgens je eigen natuur, maar doet jezelf tekort in de aanpassing aan de ander. Dit gebeurd niet bewust. Deze aanpassing aan je omgeving kan een prima manier zijn om ervoor te zorgen dat je liefde en acceptatie blijft ontvangen. Wanneer je deze aanpassing lang toepast, kun je er behoorlijk bedreven in worden. Zo kun je bijvoorbeeld leren hoe je conflicten kunt vermijden of hoe je steeds hogere eisen aan jezelf kunt stellen om aan een ideaal beeld te voldoen. In dit voorbeeld levert het bewaken van de harmonie, of het leven volgens de norm van een ander, acceptatie, liefde en veiligheid op. Wanneer het aanpassingsgedrag effectief blijkt doe je weliswaar geen recht aan wie je werkelijk bent, maar het biedt je wel veiligheid. Deze veiligheid is van het grootste belang om je als mens te kunnen blijven ontwikkelen.

Als kind kom je vervolgens steeds vaker en intensiever in aanraking met de buitenwereld. Hoe ga je je daar gedragen? De vraag die je eigenlijk moet stellen is; ‘Wat heb je daar nodig?’. Het antwoord is eigenlijk eenvoudig. Veiligheid! Je zoekt wederom naar veiligheid. Deze kun je het makkelijkst vinden in situaties die je bekend zijn. Je gaat dus onbewust op zoek naar mensen en situaties die op een voor jou vertrouwde manier op je reageren. Bij hen kun je namelijk jouw aangeleerde gedragingen goed inzetten en weet je wat het resultaat ongeveer zal zijn. Dit patroon blijft vervolgens een rol spelen, ook wanneer het helemaal niet meer nodig is. Je weet immers niet beter. Het kind dat leert om niet zichzelf weg te cijferen zal later als bijvoorbeeld ondernemer, moeite hebben om een goed geprijsde offerte uit te brengen. Het toekennen van waarde aan jezelf en daarmee aan je product is een onbekend gebied en daarmee onveilig.

Verwachtingspatronen
Een gedragsaanpassing biedt je dus veiligheid. Maar er gebeurd nog meer. Doordat je een bewust opzoek bent naar een situatie waarin je jouw kwaliteiten (gedragsaanpassingen) kunt gebruiken, wordt je bevestigd in het belang van deze verdedigingsmechanismen. Je denkt, ‘Zie je wel ik moet altijd hier of daar voor oppassen, want er zijn veel mensen die zus of zo met mij willen doen!’

Het toepassen van de gedragsaanpassing bevestigt jouw verwachting van de wereld en je raakt nog verder van jezelf vandaan. Dit is belangrijk om je goed te beseffen. Ondanks dat je iets doet dat niet bij je past en geen recht doet aan wie je bent, doe je het toch omdat het een gevoel van veiligheid geeft. Wanneer je dit goed beseft, is het begrijpelijk dat mensen soms hun halve leven (of langer) nodig hebben om er überhaupt achter te komen dat ze niet het leven leiden dat ze zouden willen. Ze leiden niet hun eigen leven, maar het leven dat een ander van ze verwachtte. Het vergt moed om je zoiets te beseffen. Want het opgeven van je veiligheid en nieuwe wegen in slaan, het luisteren naar je innerlijke stem, brengt meer dan eens een hoop onzekerheden met zich mee.

De donkere kant van kwaliteiten
De risicokwaliteiten die vanuit deze aanpassingen ontstaan zijn zowel voor jezelf als voor de organisatie waar je werkt, niet altijd even bruikbaar. Risicokwaliteiten zijn dan weliswaar bekwaamheden, maar ze kosten ook veel energie. Wanneer een situatie niet ideaal is en gekenmerkt wordt door druk of stress, krijgen deze kwaliteiten doorgaans een donker karakter. Een manager die leiding geeft vanuit een gedragsaanpassing kan onder druk zeer dominant gedrag gaan vertonen. Een ondernemer die een offerte of voorstel moet maken voor een grote opdracht, kan het gevoel krijgen dat hetgeen hij doet nooit goed genoeg is. Uiteindelijk kost het maken van de offerte hem veel tijd en energie en zal hij een te lage prijs voorstellen. Hierdoor moet hij nog harder werken om de benodigde omzet te maken hetgeen hem het gevoel kan geven dat de wereld inderdaad niet zit te wachten op zijn producten. Hiermee is de cirkel rond. Risicokwaliteiten zijn op zich geen schadelijke patronen het zijn de omstandigheden die bijbehorende onbewuste processen activeren, waardoor er allerlei ongewenste situaties ontstaan. De manager kan zich onveilig gaan voelen omdat hij het gevoel heeft dat hij op het matje geroepen zal worden wanneer de zaken niet helemaal goed gaan. Hierbij gaat het niet om het afleggen van verantwoording, maar de perceptie van manager omtrent beoordelingen. Dit speelt een rol wanneer je als manager leiding geeft vanuit je schaduw. Het tegengestelde kan juist ook. Een manager die leiding geeft vanuit schaduw, kan zich ter verdediging ook boven iedere vorm van kritiek stellen. Hij kan hierbij ten prooi vallen aan hoogmoed, arrogantie of verwaandheid. Niets zal hem raken. Vergeet daarbij niet dat het zou kunnen dat deze manager zichzelf boven anderen stelt om zich veilig te kunnen voelen.

Wat kost jou eigenlijk veel energie?
Het kan interessant zijn om jezelf eens af te vragen of jij weleens het gevoel hebt dat bepaalde kwaliteiten je veel energie kosten. Je bent ergens goed in en toch loop je er zo’n beetje op leeg. Lastiger wordt het nog wanneer jouw omgeving deze kwaliteit nu juist in je waardeert. Wanneer je de kwaliteit veel moet toepassen, kan het vervolgens gebeuren dat je kortaf wordt of sneller geïrriteerd raakt. Ken je de situatie waarin je vervolgens plotseling ontsteekt in ergernis of woede? Ook als er eigenlijk maar iets kleins gebeurd? Dit zijn momenten waarin je eens goed naar jezelf kunt kijken. (Niet in het moment zelf, maar één of twee dagen later.) Waar ben je eigenlijk mee bezig geweest? Wat wilde je bereiken of misschien juist voorkomen? Waren het je kernkwaliteiten die je aan het benutten was, om ging het je iets heel anders.

Risicokwaliteiten zijn niet altijd constructief
Doordat risicokwaliteiten veel energie kosten en gebaseerd zijn op onbewuste patronen, zijn ze voor jezelf en de organisatie waarvoor je werkt, niet altijd even constructief. Het lastige is dat het kwaliteiten van je zijn en dat je eraan gewend bent om ze in te zetten. Het geeft veiligheid. Juist wanneer je niet lekker in je vel zit of je door de omstandigheden bedreigd voelt, heb je ze het hardst nodig. Althans dat denk je! Het zijn de patronen die geleid hebben tot de ontwikkeling van deze risicokwaliteiten, die ervoor zorgen dat je het gevoel hebt dat je ze nodig hebt. Ik wil de controle niet verliezen want dan….., Ik moet kritisch zijn naar mezelf want anders……, Als ik niet altijd klaarsta voor anderen dan…. etc, etc. Het zijn onbewuste overtuigingen die juist veiligheid beiden. Een veiligheid voor een gevaar dat alleen in jezelf leeft. Het is jouw perceptie die maakt dat je deze veiligheid nodig denkt te hebben. Echter zoals ik al zei, ‘Het vergt een enorme moed om deze patronen los te laten’.

Het veranderen van gedrag werkt vaak niet
In de dagelijkse praktijk van persoonlijke ontwikkeling wordt er dan ook veel gewerkt met het veranderen van gedrag. Neem jij altijd te veel hooi op je vork? Dan doe je een cursus timemanagement. Dat werkt snel, maar niet duurzaam. Het patroon dat er voor zorgt dat jij het nodig hebt om altijd te veel hooi op je vork te nemen blijft immers onveranderd. Misschien denk je nu verontwaardigd ‘Ik heb het helemaal niet nodig om veel hooi op mijn vork te nemen! Het zijn anderen die alles op mijn bord leggen!’ Neem dan eens tijd voor de stelling hierboven. Niet zolang je er verontwaardigd tegenover staat, maar op een moment dat wat meer rust kent. Probeer dan eens objectief naar de situatie te kijken. Wat gebeurd er nu echt daar in jouw leven?

Risicokwaliteiten zijn direct verbonden met patronen waar je niet mét en eigenlijk ook niet zónder kunt leven. Het is dan ook niet zomaar dat er soms een persoonlijke crisis aan te pas komt om tot nieuwe inzichten te komen. Loslaten van hetgeen jouw altijd veiligheid geboden heeft, doe je niet zomaar. Ik herhaal het nog maar eens, daar is moed voor nodig.

Volgende keer de laatste van de drie varianten; ‘de ontwikkelkwaliteiten’. Verder zal ik dan uitleggen dat het ontwikkelen van kernkwaliteiten belangrijk lijkt, maar dat soms de dingen niet altijd zijn wat ze lijken. Het ontwikkelen van kernkwaliteiten is belangrijk, maar staat in schril contrast tot de persoonlijke ontwikkelingen die uit het zicht plaatsvinden.